|
Webmail
Arsnoevoo - Mail
ons - Lid van OpenDoek vzw |
![]() |
2003: toneelgroep Ars bestaat 75 jaar.
Het is in het gezegende jaar 1928 dat een aantal fervente
liefhebbers van de Nederlandsche taal en gedreven amateurs der podiumkunsten hun
schouders zetten onder wat toen heette ‘toneelstudiekring Ars’. Ondertussen
zijn er zo’n tweehonderdtal toneelstukken van buiten geleerd, zijn er een stuk
of 600 voorstellingen gespeeld en bestaat die toneelbende nog altijd. En ze
spelen nog altijd met evenveel vuur als vroeger, zij het sinds dit jaar onder
een nieuwe vlag: Arsnoevoo. Alleen maar om aan te duiden dat de moderne tijden
en de nieuwe ontwikkelingen op toneelgebied niet aan de groep zijn
voorbijgegaan.
In 1928, op initiatief van de toenmalige onderpastoor Huybrechts van de
parochie Ars, het huidige Sint Jan Vianney, stichtten een aantal studenten
Toneelstudiekring Ars. Emiel Anthoni en Frans De Ranter, later Schepen van
Wilrijk, samen met tal van andere jongeren brengen van dan af ‘stichtelijk
herentoneel’. De bedoeling was om met de opbrengst van de voorstellingen een
aantal sociale initiatieven te steunen en tegelijkertijd een culturele schakel
in het verenigingsleven te introduceren. In de jaren die daarop volgden traden nog vele jongeren toe. Daarbij
waren er namen die ook mee de geschiedenis van Wilrijk illustreren: Robert
Vermeire, de gebroeders Marcel en Flor Wellens, Hubert Mariën, Aimé Anthoni,
Frans Staes. Ook tijdens de oorlog was de toneelgroep actief: ten voordele van de
organisatie Winterhulp trachtte een speciaal opgericht cabaretgroepje de nodige
gelden te verzamelen om de ergste noden te lenigen. Ook daartussen weer bekende
Wilrijkse namen: Leon Smolders, Achiel Luyten, Juul Anthoni, de broers Stan ,
Georges en Frans Fransen. Hun muzikale en toneelmatige kwaliteiten verlichtten
de oorlogssituatie en steunden het goede doel met o.m. de voorstelling van
Pierke de Sukkelaar. Na de oorlog werd o.l.v. onderpastoor Buffels zelfs één van de eerste
Vlaamse films gedraaid: De Verloren Zoon; bijbels geïnspireerd, maar hedendaags
verfilmd. Spijtig genoeg zijn de filmrollen bijna allemaal onherroepelijk
beschadigd, maar niet nadat bijna in elke Vlaamse parochiezaal de film werd
vertoond.
(rechtstaand links Van Herbruggen en daarnaast onderpastoor Buffels) Voor het toneelwerk werd er uitgekeken naar een volwaardig regisseur en
die werd ook gevonden in de persoon van de heer Van
Herbruggen. Hij bracht samen
met de grote Ars-bezieler, en tot laat in de jaren ’80 actieve drijvende
kracht, Robert Vermeire, toneelgroep Ars tot bloei. Regelmatig speelde Ars op
verplaatsing: Sint Anthonius Brecht , de rijkswachtkazerne in Wilrijk, zaal
Trianon en zelfs tot in Brussel waar de Arsleden graag geziene figuranten werden
in tal van BRT-producties. Ook gasten werden ontvangen in de bovenzaal van de oude kerk aan de
Boomsesteenweg: Armand Preud’homme, Miel Cools en tal van anderen brachten hun
kunsten voor een dankbaar en talrijk publiek, waardoor de parochie dikwijls kon
rekenen op de nodige gelden om de infrastructuur uit te breiden en te
verfraaien.
Midden de jaren ’60 werd er overgeschakeld naar ‘gemengd toneel’.
Ook de vrouwen speelden dan hun rol. Door de bouw van een nieuwe kerk kon de
toneelgroep ook vanaf ’81 beschikken over een nieuwe zaal op de
benedenverdieping van de oude kerk. Ook daar werden er drie maal per jaar nieuwe
producties voor het voetlicht gebracht. Telkens waren er zo’n 200 toeschouwers
per voorstelling van het stuk dat drie of vier maal werd opgevoerd. Robert
Vermeire regisseerde, schreef, werkte, zocht nieuwe mensen en stuwde de
toneelgroep Ars, zoals zij intussen heette, immer maar voort. Midden jaren ’90 werd de toneelgroep door het nationale COV uitverkoren
om op hun jaarlijks congres in de UIA ‘De Leraarskamer’ op te voeren. Later
volgden tal van succesvolle opvoeringen die meer waren dan de platte kluchten
die toen opmars maakten in het professionele circuit. In 1998 vierde de toneelgroep haar 70-jarig bestaan met een aantal
gesmaakte initiatieven voor hun dertig leden, de circa honderd ereleden en de
gemiddeld 800 toeschouwers per productie . Successen werden gescoord met Agnes
en God, De Bende Van Jan de Lichte, Het proces Xhenceval, De Greep der koningen,
Schippersstraat en tal van andere voorstellingen. Ars moest zelfs, omwille van
het grote succes, soms producties hernemen. Niet minder dan 8 stampvolle
uitverkochte zalen waren er voor de opvoeringen van ‘Ambras aan ’t
Scheld’, een stuk van Wilrijkenaar Leo Rozenstraten. En met die productie trok
de toneelgroep op vraag van een groot havenbedrijf zelfs naar een hangar aan de
dokken. Daar genoten een 500-tal toeschouwers van het wel en wee van Mie den
Teen, Tist Ruetenkenteut en Zwarte Net .
En voor dit jubileumjaar bewandelde Arsnoevoo nieuwe en oude vertrouwde paden. Op 21 en 22 maart was het
Schafttijd van Lode Pools. Jan Luyten en Marc Fransen zochten het dit keer in
het circus, de clownerieën, de revue en in het theater. Ze speelden baas en
knecht: alle twee zijn ze idioot als ze alleen maar naar zichzelf kijken, dan
zijn ze clown Gust of Pierrot. Twee levendige perdjes in de draaimolen van het
leven. Maar grappig, dat wel! Daarna
was het de beurt aan de vrouwen van Arsnoevoo: zij speelden in een regie van
Guy Verstappen op 16, 17, 23 en 24 mei Turks
Bad. De dames werden dan letterlijk en figuurlijk in hun blootje gezet. En door
hun gesprekken tijdens het baden ondergingen
alle mannen ter wereld hetzelfde lot. Af en toe aangrijpend theater, maar
altijd gevolgd door een gulle lach. |